Reglementen

Reglement RSB Schoolschaak Kampioenschap (Groep 1)
Gebaseerd op JCK RSB/HSB versie: 160131

1. Algemeen
Dit reglement is van toepassing op de hoogste groep (groep 1) van het RSB Schoolschaak Kampioenschap

2. Leiding
De algemene leiding berust bij de wedstrijdleider van het toernooi. Hij is belast met de uitvoering enhandhaving van dit reglement en het beslissen in alle geschillen en onvoorziene gevallen welke zich mochten voordoen. Hij heeft de bevoegdheid om andere door hem aan te wijzen personen tijdelijk met gelijke bevoegdheid te
bekleden.
De competitie wordt georganiseerd door en gespeeld onder verantwoordelijkheid van de RSB.

3. Indeling en speelgerechtigheid
Er wordt ingedeeld volgens het Zwitsers systeem op wedstrijdpunten, tenzij het aantal deelnemende teams zo gering is dat alleen een hele of halve competitie mogelijk is. Het aantal te spelen ronden wordt vóór aanvang van het
toernooi bekendgemaakt.
De teams bestaan uit minimaal vier spelers van dezelfde school.
De bordvolgorde van de spelers dient vóór aanvang van de eerste ronde te worden opgegeven aan de wedstrijdleiding. Bij gebreke hiervan geldt de eerste wedstrijd als zodanig. De bordvolgorde kan tijdens de competitie beperkt gewijzigd worden. Als een team met meer dan 4 spelers speelt, dan mag er alleen op het laagste bord per ronde gewisseld worden.
Invallers spelen altijd aan de onderste borden. Indien nodig schuiven de overige spelers daartoe door. Een tweede team geldt als lager t.o.v. een eerste team. Bij het inzetten van een invaller is doorschuiven vanuit een lager team echter niet verplicht.
Spelers kunnen per ronde slechts aan één bord spelen. Overtredingen worden bestraft met verlies van de partij.
Nieuwe reserves kunnen te allen tijde worden aangemeld.

4. Inschrijfgelden
Het inschrijfgeld bedraagt 20 euro per team. Het inschrijfgeld dient vóór de aanvang van de eerste ronde te zijn voldaan.

5. Spelregels en speeltempo
Het speeltempo wordt bepaald aan de hand van het speelsysteem en aantal ronden, dat afhankelijk is van het aantal ingeschreven teams. Het speeltempo, het speelsysteem en het aantal ronden wordt vóóraanvang van de eerste ronde door de wedstrijdleiding bekendgemaakt.
Van toepassing is het FIDE-reglement uitgave 2014 uitgezonderd hetgeen is bepaald in het algemene deel van hetRSB reglement voor de Jeugdkampioenschappen en in dit reglement.
Ongeacht het werkelijke speeltempo worden alle wedstrijden gespeeld volgens de regels voor normaalwedstrijdschaak met versneld beëindigen. Van toepassing is aanhangsel G en zo nodig G5.
Het begrip verzuimtijd is niet van toepassing.
Noteren is niet verplicht.
Een omgekeerde toren geldt als dame.

6. Kleurverdeling
De in het speelprogramma eerstgenoemde teams spelen aan de oneven genummerde borden met de zwarte stukken
en aan de even genummerde borden met de witte stukken.

7. Incomplete teams
Een team dat niet met ten minste 3 spelers op het vastgestelde tijdstip aanwezig is wordt beschouwd als niet opgekomen en verliest de wedstrijd reglementair met 4-0, tenzij de wedstrijdleider anders beslist.

8. Ranglijst
Voor een gewonnen partij wordt aan de winnaar één bordpunt toegekend. Bij een remisepartij krijgen beide spelerseen half bordpunt toegekend. Aan het viertal dat in een wedstrijd de meeste bordpunten behaalt wordt twee wedstrijdpunten toegekend. Behalen beide teams evenveel bordpunten dan wordt aan elk viertal één wedstrijdpunt toegekend. De eindstand van elke categorie wordt bepaald door:
wedstrijdpunten
bordpunten
weerstandspunten (t.a.v. de bordpunten)
Sonneborn-Bergerscore (t.a.v. de bordpunten)
onderlinge wedstrijd(en), echter alleen indien een ordening te maken is die niet beïnvloed kan wordendoor ontbrekende uitslagen
indien het voorgaande lid van toepassing is:
o onderling resultaat met weglating van de resultaten aan bord 4
o onderling resultaat met weglating van de resultaten aan de borden 4 en 3
o onderling resultaat met weglating van de resultaten aan de borden 4,3 en 2
loting

9. Kampioenen en Landelijke Kampioenschappen
Het toernooi wijst een kampioen RSB aan en er worden één of meer plaatsen beschikbaar gesteld voor de nationale Schoolschaak Kampioenschappen, waarbij het aantal is te bepalen door de KNSB
Het hoogst eindigende team van de RSB-deelnemers krijgt de titel “Schoolschaak Kampioen RSB”, onder toevoeging van het betreffende kalenderjaar.

Bijlage: Bepalingen voor het RSB Schoolschaak Kampioenschap 2017
•    We spelen 7 ronden met 20 min. p.p.p.p. volgens het Zwitsers spelsysteem
•    Noteren is niet verplicht.
•    Onreglementere zet verliest niet. De zet moet terug genomen worden.
•    Omgekeerde toren kan als dame gebruikt worden na promotie (zie artikel spelregels en speeltempo)
•    De eerste drie teams ontvangen een prijs
•    De beste teams gaan door naar het landelijke Schoolschaakkampioenschap. Dit jaar zijn dat er drie.
•    Het inschrijfgeld bedraagt 20 euro; aan de zaal te voldoen.

Reglement van de Erasmiaanse schoolschaakkampioenschappen 2017: Categorie 2, 3 en 4
1.    Dit reglement geldt voor de Erasmiaanse schoolschaakkampioenschappen die op zaterdag 18 maart 2017 worden gehouden en wel voor de categorieën 2, 3 en 4 (zie onder punt 3).
2.    Er wordt gespeeld volgens de laatste Nederlandse vertaling van “de regels van het Schaakspel”, vastgesteld door de Wereldschaakbond FIDE, uitgezonderd artikelen 6.6 en 12.3b. Voor de laagste categorieën in het basisonderwijs geldt dit niet. Zie het aangepaste reglement onder punt 19.
3.    Er wordt gespeeld door teams van basisscholen in vier categorieën :
–  1.Finale BO voor gevorderden (te noemen groep 1:de kampioenspoule). Dit is het officiële RSB-kampioenschap voor basisscholen. Voor deze kampioenspoule is er een apart reglement.
–  2.Een gevorderden poule voor groep 7 en 8.
–  3.Kampioenschap BO voor beginners (de talenten uit groep 5 en 6)
–  4.Kampioenschap voor de allerjongsten (groep 2,3 en 4: de beloften)
Er geldt een open inschrijving.
4.    Er wordt deelgenomen door teams, bestaande uit 4 spelers, een teamleider, plus eventuele reserves. Alle spelers en reserves moeten bij de school waarvoor zij uitkomen als leerling zijn ingeschreven. Een speler mag slechts in één categorie uitkomen. Iedere school mag met een onbeperkt aantal teams deelnemen.
5.    Het eerste team van een school wordt geacht sterker te zijn dan elk tweede team, terwijl elk tweede team wordt geacht sterker te zijn dan elk derde team, enz.
6.    Spelers, opgegeven voor een bepaald team, mogen in het toernooi niet voor een lager team van dezelfde school uitkomen. Voorts wordt voor de bepaling van de invallers verwezen naar artikel 6.
7.    Iedere deelnemende school dient de namen van alle spelers en reserves, alsmede de teamleider (geen speler of reserve van het team zijnde) vooraf aan de organisatie kenbaar te maken. De spelers moeten in volgorde van speelsterkte worden doorgegeven.
8.    Spelers en reserves mogen slechts in de aangegeven volgorde van speelsterkte in het team worden opgesteld.
9.    In de categorieën 2, 3 en 4 worden 9 ronden Zwitsers gespeeld.
10.    Het speeltempo bedraagt 15 minuten per persoon per partij voor de categorieën 2 en 3. De laagste categorie (4) speelt zonder klok.
11.    De in het speelprogramma eerstgenoemde teams spelen aan de oneven borden met zwart en aan de even borden met wit.
12.    Er wordt gespeeld om matchpunten. Eindigen teams in matchpunten gelijk, dan geldt achtereenvolgens:
1) Aantal bordpunten;
2) Winst in de onderlinge wedstrijd;
3) Score aan de eerste drie borden in alle wedstrijden;
4) Score aan de eerste twee borden in alle wedstrijden;
13.    Voor het begin van een wedstrijd overhandigen de teamleiders gelijktijdig de opstelling van hun team aan de fungerend wedstrijdleider. Deze opstelling moet voldoen aan de in artikel 6 gestelde normen. Bij overtreding van deze normen verklaart de hoofdarbiter de partij steeds verloren voor de speler die ten onrechte aan een lager bord heeft gespeeld dan volgens de volgorde van speelsterkte bepaald was.
14.    Het inschrijfgeld bedraagt € 20,- per team.
15.    Als iemands mobiele telefoon afgaat tijdens de partij, krijgt hij een waarschuwing. Bij een 2e keer afgaan in dezelfde partij, wordt zijn partij verloren verklaard.
16.    Als een speler meer dan een kwartier na begin van het aangekondigde aanvangstijdstip achter zijn bord verschijnt, wordt zijn partij verloren verklaard.
17.    De wedstrijdleider is belast met de uitvoering en handhaving van dit reglement en het beslissen in alle geschillen en onvoorziene gevallen welke zich ter zake mochten voordoen.
18.    Beroep tegen beslissingen van een wedstrijdleider moet binnen een half uur na afloop van een ronde bij de hoofdarbiter worden aangetekend. De beslissing van de hoofdarbiter is bindend.
19.    Aangepaste regels groep 2, 3 en 4 basisonderwijs:
a. Aanraken is zetten.
b. Loslaten is gezet.
c. Een speler mag alleen aan zijn eigen stukken komen, tenzij hij een stuk slaat.
d. Bij verschil van mening moet direct de tafelleider / wedstrijdleider gehaald worden. Hierbij wordt niet geroepen of geschreeuwd, maar een vinger opgestoken. Vervolgens: de tafelleider/wedstrijdleider luistert en beslist.
e. Een partij kan op verschillende manieren beëindigd worden:
*Er wordt mat gezet.
*De koning wordt geslagen en beide spelers zijn het erover eens dat dit het einde van de partij betekent. Een heikel punt. Eigenlijk zou het slaan van de koning niet toegestaan moeten worden, maar als beide spelertjes nog niet op de hoogte hiervan zijn, dan is het lastig. Moet ook een beetje aan de takt van de tafelleider worden overgelaten.
*Indien een van de spelers beter weet (de koning mag niet geslagen worden) dan moet de laatste zet teruggenomen worden en moet de speler het schaak opheffen.
*Als het tijd is, wordt de partij beslist door arbitrage. Dat betekent dat de tafelleider bij de spelers de punten telt van de stukken die nog op het bord staan. Wie nog de meeste punten over heeft, wint de partij.